1976, ik was 4 en zat op de kleuterschool. Alsof het niet al een mensenleven geleden was zie ik ons lokaal en de lange gang naar buiten nog voor me. Oké, die gang was in het echt waarschijnlijk een stuk kleiner maar ik herinner me het door mijn eigen ooghoogte van toen.
Speelkwartier, dus de klas moest netjes 2 aan 2 opstellen in de gang om naar buiten te gaan (ja, zo ging dat toen, niks mis mee). Dit keer was het mijn beurt, samen met 2 anderen om op de grote kar te spelen. Een platte kar, 4 wielen, een ijzeren frame en dito stuur. Maar voor ons was het de hemel! Om de beurt sturen en racen maar.
De juffen waren aardig, we hadden er 2. Beiden waren geliefd bij de klas. Deze dag hadden we de juf met het donkere lange haar, ik ben haar naam vergeten. Ze controleerde of iedereen de jassen goed aan had, klapte in haar handen en riep:"Dames en heren, appels en peren!", als aankondiging dat wij stil moesten zijn voordat de deuren opengingen. Ja, het waren echte rituelen toen.
Ik kende dat rijmpje van thuis en bedacht me niet om op luide toon het tweede deel te roepen:"Pruimen en noten, dát zijn idioten!". Zoals ik het mijn oma al zovaak had horen zeggen en dan moest iedereen lachen.
"Daniëlla, ga jij maar weer naar binnen. Jas uit en in de hoek gaan zitten." zei de lieve juf die ik voor het eerst een echt boos hoofd zag trekken. Ik voel nog de tinteling die begon bij mijn haar en eindigde bij mijn voeten door mijn lijf trekken. Een akelige tinteling, gevolgd door het besef dat ik mijn beurt op de kar verspeeld had. Ik voel nog het allesomvattende verdriet van dat moment. Mijn wereld aan diggels.
Maar zoals het een gehoorzaam meisje betaamde deed ik wat me was opgedragen. Jas uit, stoeltje in de hoek en zitten. Ondertussen kon ik door de grote ramen andere kinderen met MIJN KAR zien spelen. Ik heb hard gehuild.
Toen de ergste snikken over waren ging de juf mij bevragen over dit "ernstige incident". Ik kon er niet veel anders uitkrijgen dan dat ik dat van thuis had. Dat we thuis hierom moesten lachen. Nee, ik wist niet precies wat een idioot was. Nee, ik wilde niet de klas op stelten zetten.
Die dag haalde mijn moeder mij uit school. Dat gebeurde nooit want ik woonde slechts 3 straten verderop en in die tijd ging je dan gewoon zelf naar school. De juf had haar gebeld om het te bespreken.
Waarschijnlijk door de reactie van mijn moeder is deze herinnering zo levendig gebleven. Dit was één van de eerste momenten die ik me heug dat de grond onder me vandaan geslagen werd. Dat ik merkte dat ik geen vangnet had. Mijn moeder verkondigde doodleuk dat de juf helemaal gelijk had, dat ik die opmerking zéker niet van thuis had. Nee zeg! Dat ik een jokkebrok was en dat ik thuis ook nog straf zou krijgen.
En zo geschiedde. Eten, vla en op bed.
Jaren later heb ik mijn moeder er weleens mee geconfronteerd. Ze gaf toen toe dat zíj het was die loog. Maar ja, het kon toch niet zo zijn dat mijn ouders er slecht afkwamen. Het kon toch niet zo zijn dat mijn moeder op haar kop zou krijgen van de juf waar ik bij was.
Nee, stel je voor zeg.
Reactie plaatsen
Reacties